Kostbaar bloed
Button-line
Bloed

Jezus stierf op bloedige wijze aan het kruis

Waarom? In de Bijbel, in Leviticus 17 wordt over twee belangrijke principes gesproken:

Alle leven behoort God toe

De kracht van de verzoening ligt in het bloed

Iemand die een dier slachtte en dan pas meebracht naar de offerplaats moest uitgeroeid worden. Deze overtreding van Gods gebod om een offer te brengen anders dan was voorgeschreven, was daarom zo ernstig omdat God daardoor van Zijn rechten beroofd werd, men offerde als het ware aan satan. Het maakte dus nogal wat uit wr men offerde, namelijk de enige plaats waar God en de mens elkaar ontmoetten. Door op een andere plaats te offeren werd zo iemand dat heel zwaar aangerekend, als bloedschuld. Want zo iemand bewees er geen behoefte aan te hebben precies te doen wat God had geboden.

De toepassing hiervan is dat God n plaats heeft vastgelegd, waar Hij de zondaar wil ontmoeten, en die plaats is het kruis, dit is het tegenbeeld van het koperen altaar. Wie deze plaats van samenkomst afwijst, doet alsof zij/hij recht heeft op het leven dat wij allen verbeurd hebben en haalt zich daarmee het oordeel op de hals. Het is dus heel belangrijk dit goed in te zien.

Het bloed behoort God toe

Dit blijkt uit het sprengen van het bloed door de priester op het altaar. Jezus Christus heeft dit volledig erkend, Hij gaf Zich vrijwillig aan God over om Zijn kostbaar leven te geven.

Het principe van het bloed staat in Leviticus 17:11:
Want de ziel van het vlees zit in het bloed en Ik heb u het bloed gegeven om op het altaar te sprenkelen als verzoening voor uw zielen; het is het bloed dat voor de ziel verzoening doet.

Het verband tussen de beide principes is heel belangrijk. Wanneer wij als mens tegenover God erkennen dat wij niet het minste recht op het leven hebben, en wanneer we de rechten van God volledig erkennen, dan zegt God tot ons: 'Ik heb u het bloed gegeven om verzoening te doen over uw ziel'. Deze verzoening is de gave die wij van God ontvangen, maar deze verzoening is door het bloed, en alleen door het bloed.

Het bloed van Jezus is het fundament van de verzoening

Het is de grond waarop God de mens die in de naam van Gods Zoon gelooft, rechtvaardigt. Wij zijn allemaal geneigd het eenvoudige getuigenis van Gods Woord los te maken, maar van Genesis 3 tot aan het eind van Openbaring vind je overal en alleen het bloed van de Here Jezus Christus voorgesteld als de enige grond van onze rechtvaardiging. We nemen al snel meningen over, zonder ze rustig te onderzoeken bij het licht van Gods Woord. Hierdoor raken we in verwarring, in duisternis en dwaling. Het hele boek Leviticus en vooral hoofdstuk 17, is een nadere verklaring van wat de Bijbel ons leert door het bloed. God leert ons welke waarde Hij toekent aan het bloed van de Here Jezus Christus. Het is z kostbaar in Zijn ogen, dat Hij niet kan toestaan, dat daar iets van afgedaan wordt of aan toegevoegd wordt. 'De ziel van het vlees is in het bloed; en Ik heb u op het altaar gegeven, om verzoening over uw zielen te doen'.

Achtergrondinformatie

Bij het eerste verbond gaf God de mensen regels, waaraan zij zich moesten houden als zij Hem dienden in de heilige tent, de Tabernakel.

Deze tent werd in tween verdeeld. In het eerste deel kwamen de kandelaar en de tafel met de heilige broden te staan. Dat deel heette het 'Heilige'. Dan hing er een zwaar gordijn en daarachter was het 'Allerheiligste'. Daar stonden het gouden wierookaltaar en de ark van het verbond. De ark was aan alle kanten met goud bedekt. In de ark lagen de stenen plaquettes waarop de wetten stonden, een gouden pot met manna en de staf van Aron die gebloeid had. Over het deksel van de ark spreidden de schitterende cherubs hun vleugels uit. Dat gouden deksel was de plaats waar men God om vergeving vroeg.

Toen alles klaar was, gingen de priesters het voorste deel zo vaak binnen als voor hun werk nodig was. Maar in het achterste deel mocht alleen de hogepriester komen en dan nog maar n keer per jaar. Hij moest bloed meenemen en dat op het gouden deksel van de ark sprenkelen om daarmee zijn eigen zonden en die van het hele volk voor God te bedekken. De Heilige Geest wilde daarmee duidelijk maken dat men niet in het Allerheiligste kon komen, zolang het voorste deel van de tent en alles wat ermee te maken had, nog bestond.

Hieruit kunnen wij een belangrijke les leren. Ook al werden al deze gaven en offers gebracht, ze konden het geweten van de mensen toch niet zuiveren. Het ging alleen om bepaalde gebruiken: Wat men wel en niet mocht eten en drinken, waarom en hoe men zich moest wassen. De mensen moesten zich eraan houden zolang Christus nog niet met Gods nieuwe, betere verbond was gekomen.

Christus kwam als hogepriester van het nieuwe verbond dat wij nu hebben. Hij is de grotere en meer volmaakte tent in de hemel binnengegaan, die niet door mensen is gemaakt en niet tot deze wereld behoort. Eens en voor altijd ging Hij met bloed het Allerheiligste binnen en sprenkelde het op de plaats waar de zonden worden vergeven. Maar dat was niet het bloed van bokken en kalveren; nee, het was Zijn eigen bloed. En daarmee heeft Hij ons voor eeuwig van de zonde bevrijd.

Als het bloed van bokken en stieren en de as van jonge koeien van zonden konden reinigen,hoeveel te meer zal dan het bloed van Christus ons hart en leven veranderen. Hij, Die Zelf zonder zonden is, heeft door de hulp van de eeuwige Geest Zich gewillig aan God overgegeven om voor onze zonden te sterven. Daardoor kunnen wij met een gerust hart de levende God dienen.

Hij heeft ervoor gezorgd dat er een nieuw verbond kwam, zodat iedereen mag komen om te genieten van de rijkdom die God beloofd heeft. Christus is gestorven om hen te redden van de straf, die zij verdienden door de zonden die zij onder het oude verbond hadden gedaan.

Met dit verbond, dat God met ons heeft gesloten, is het net als met een testament; er moet eerst iemand sterven, voordat het van kracht wordt. Met een testament is pas iets te beginnen als de man of vrouw die het gemaakt heeft, gestorven is. Want zolang die leeft, mag niemand een beroep op dat testament doen.

Daarom werd het eerste verbond tussen God en Zijn volk pas van kracht nadat het met bloed was ingewijd. Want toen Mozes het volk al Gods wetten had voorgelezen, nam Hij bloed van kalveren en bokken en sprenkelde dat met water, rode wol en hysop over de stenen plaquettes en het hele volk; 'Met dit bloed wordt het verbond tussen God en u bevestigd', zei hij. Op dezelfde manier sprenkelde hij bloed op de heilige tent en op alle toebehoren, dat werd gebruikt voor de eredienst.

Wij mogen wel zeggen dat onder het oude verbond vrijwel alles door bloed gereinigd werd. Als er geen bloed vloeit, worden de zonden niet vergeven. Daarom moest Mozes alles wat hij naar het hemelse voorbeeld had gemaakt (de heilige tent en alles wat er in was) reinigen door het bloed van dieren. Maar de werkelijke dingen in de hemelen worden door veel betere offers gereinigd.

Christus is het heiligdom binnengegaan om in onze plaats voor God te verschijnen. Hij deed dat niet in het heiligdom dat door mensen was gemaakt, want dat was slechts een afbeelding van het werkelijke heiligdom in de hemel.

Hij heeft Zich ook niet telkens weer geofferd, zoals de hogepriester, die elk jaar weer het Allerheiligste moest binnengaan om dierlijk bloed te offeren. Als dat nodig was geweest, had Hij vanaf het begin van de wereld telkens weer moeten lijden en sterven. Maar nu, tegen het einde van de eeuwen, is Hij eens en voor altijd gekomen om voor ons te sterven en de zonde weg te doen.

Zo zeker als alle mensen eenmaal sterven en daarna beoordeeld worden, zo zeker zal Christus nu Hij gestorven is om de zonden van vele mensen weg te nemen zonder zonde terugkomen. Hij zal komen om ieder te redden, die verlangend naar Hem uitziet. (Hebreen 9)

Zie ook Hebreen 10:19, Efeze 1:7, 2:13, Colossenzen 1:20, 1 Johannes 1:7, Openbaring 7:17 en 12:11.


Home  Evangelie  De Bijbel  Uit de Bijbel  Artikelen  Leefstijl  Illustraties  Verhalen  Contact
Het Evangelie van Jezus Christus