Taal en handschriften

handschriften bijbel

Taal en handschriften

Op deze pagina vind je informatie over de historische handschriften van de Bijbel en uitleg over de talen waarin deze authentieke geschriften geschreven waren.

lijn

De taal van de Bijbel

Het Oude Testament is geschreven in het Hebreeuws, met hier en daar een gedeelte van de boeken Ezra, Nehemia en Daniël in het Aramees. Het Hebreeuws was de klassieke taal van het oude Israël, het Aramees een later dialect, de taal van het volk, de algemene omgangstaal van de Joden in het Oosten. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks, de toenmalige wereldtaal, met een paar kleine uitzonderingen: enkele Aramese en Latijnse woorden.

De handschriften van de Bijbel

We bezitten tegenwoordig enkele duizenden oude handschriften (manuscripten). Verreweg de meeste bevatten slechts gedeelten van de Bijbel of zijn fragmenten met enkele verzen of hoofdstukken. Het zijn bladen van papyrus die men, gebundeld tot een soort boek, codex noemt, of ook rollen van perkament. De oudste fragmenten van het Oude Testament stammen uit de tweede eeuw voor Christus, die van het Nieuwe Testament uit de tweede eeuw na Christus (een fragment uit Johannes van ongeveer 125 is het oudst). Van de meer omvangrijke handschriften volgen hier de belangrijkste.

De teksten van Koemran

In het jaar 1947 vonden Bedoeïenenherders in een grot in Wadi Koemran (Koemrandal), aan de noordwestelijke oever van de Dode Zee 14 km ten zuiden van Jericho, enige boekrollen van perkament die gewikkeld in linnen waren bewaard in aarden kruiken. Ze zijn afkomstig van de Joodse sekte der Essenen. De Esseense monniken wilden waarschijnlijk, bedreigd door de Romeinen (66 en 132 na Christus), hun kostbare religieuze geschriften tot rustiger tijden in verzekerde bewaring stellen. Na deze ontdekking werden in vervolgens 11 andere grotten nog een groot aantal rollen gevonden: 1 volledige Jesajarol, fragmenten van alle Oudtestamentische geschriften uitgezonderd Ester, commentaren (vaak mét de Oudtestamentische tekst), apocriefen en geschriften van de Esseense sekte. Ze zijn wellicht ontstaan in de tweede en de eerste eeuw voor Christus en daarmee de oudste Bijbelhandschriften die we hebben. Ze zijn van onschatbare betekenis voor het onderzoek van de oorspronkelijke tekst, alsook van het Jodendom en het vroegste Christendom.

De Codex Sinaiticus

Tot voor enige jaren nog het oudste handschrift, stamt uit de vierde eeuw. Het werd in 1859 door Constantin Tischendorf ontdekt aan de voet van de Sinaï in het klooster St. Catharina en overgebracht naar de keizerlijke bibliotheek in St. Petersburg. Deze codex bevat het Oude Testament (in de Griekse vertaling) bijna volledig, het Nieuwe geheel. In 1934 kochten de Engelsen het manuscript voor ongeveer 450 duizend euro. Sindsdien is het gedeeltelijk tentoongesteld in het Brits Museum te Londen. In 2005 is begonnen met het digitaliseren van het 1600 jaar oude boek. Sinds juli 2009 is het resultaat te bewonderen op het internet. De digitalisering kwam tot stand door samenwerking van organisaties in Groot-Brittannië, Egypte, Rusland en Duitsland, die alle vier een gedeelte van het handgeschreven document in hun bezit hadden.

De Codex Alexandrinus

Dit manuscript werd omstreeks 450 in Egypte geschreven en bleef lange tijd in het bezit van de patriarch van Konstantinopel. Het bevat het Oude Testament, en vanaf het 25e hoofdstuk van Mattheus, het Nieuwe bijna geheel. Het bevindt zich nu in het Brits Museum, daaraan vermaakt door George II in 1753.

De Codex Vaticanus

Omstreeks midden 4e eeuw in Egypte geschreven en bevindt zich nu in het Vaticaan. Deze bevat eveneens de Griekse Bijbel, vertoont echter vrij grote leemten in het Nieuwe Testament (het slot van de Brief aan de Hebreeën, Pastorale Brieven en de Openbaring ontbreken). Het voortreffelijke handschrift is moeilijk leesbaar omdat de tekst later is overgetrokken met nieuwe inkt en vaak werd veranderd.

De Codex Ephraemi Rescriptus

Midden 5e eeuw in Egypte geschreven; nu in Parijs. Hij draagt de naam van de kerkvader Efraïm, omdat diens tekst er overheen was geschreven. De oorspronkelijke schrifttekens werden door Tischendorf langs chemische weg hersteld. Gepubliceerd tussen 1843 en 1845.

De Codex Cantabrigiensis en de Codex Claramontanus

Beide handschriften, geschreven omstreeks 550 en voorzien van Latijnse vertaling, behoorden toe aan Theodorus Beza in Geneve.

Headline Name: Email: subscribed: 2557 We respect your privacy Email Marketingby GetResponse

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Headline Name: Email: subscribed: 2557 We respect your privacy Email Marketingby GetResponse